Olietanker Shell stuurt bij

De trots van de Nederlandse economie, het bedrijf dat jarenlang de zwaarste weging had binnen de AEX, het fonds dat bekendstond als weduwen- en wezenfonds vanwege zijn veronderstelde status als veilige belegging, staat dit jaar op een enorm verlies. De fors gedaalde olieprijs is een belangrijke oorzaak. Maar er speelt meer.

Zo maakte een van Shell’s grootste concurrenten in de oliesector British Petroleum afgelopen september in zijn Energy Outlook bekend ervan uit te gaan dat de groei van de vraag naar olie definitief voorbij is. Dat zou een enorme trendbreuk betekenen omdat de afgelopen 100 jaar de vraag naar olie altijd is gestegen, ook in tijden van crisis. Volgens de onderzoekers van het Britse oliebedrijf heeft de vraag naar olie in 2019 met 100 miljoen vaten per dag het hoogste punt ooit bereikt. BP gaat uit van drie scenario’s waarbij in het slechtste geval de vraag naar olie in 2050 zal zijn gedaald naar slechts 30 miljoen vaten per dag. In het meest gunstige scenario zou de vraag nog twintig jaar rond de 100 miljoen vaten per dag blijven, maar ook in dat geval is er van groei geen sprake meer.

De energiemarkten ondergaan een structurele wijziging als gevolg van de energietransitie, waarbij fossiele brandstoffen uit de gratie lijken te zijn geraakt. De tot voor kort onaantastbaar gewaande positie van de oliegrootmachten is daardoor afgebrokkeld. De uitbraak van het coronavirus heeft dit proces verder versneld. Zo nam de vraag dit jaar af van 100 naar 83 miljoen vaten per dag in het tweede kwartaal. De olieproducenten dienden als gevolg hiervan hun productie naar beneden bij te stellen, naar 87 miljoen vaten per dag. Als gevolg hiervan kon de prijs van een vat Brent olie – die gedaald was van 70 dollar begin dit jaar naar 29 dollar op het dieptepunt van de crisis – weer enigszins herstellen. In april zakte de prijs voor een vat West Texas Intermediate zelfs even onder nul.

British Petroleum heeft als eerste onder de oliegiganten zijn strategie drastisch aangepast. Men schreef miljarden af op zijn olie- en gasbezittingen, verlaagde het dividend fors, kondigde aan om de olieproductie het komende decennium met 40 procent te reduceren en de investeringen in schone energie te vertienvoudigen. BP heeft een zero emissie doelstelling voor 2050. BP is niet de enige oliemaatschappij die wil diversifiëren naar hernieuwbare energie. Shell ziet deze noodzaak ook. Men heeft een paar jaar geleden weliswaar al grote investeringen gedaan in het veel schonere gas, maar neemt tot op heden nog niet zulke drastische stappen als BP. Opvallend is dat de Amerikaanse grootmachten Exxon en Chevron nog volledig inzetten op fossiele brandstoffen.

Daarom is Shell bezig met een strategische heroriëntatie. Intern wordt het ‘Project Reshape’ genoemd. Hierbij is het de doelstelling om de ingewikkelde structuur van de onderneming te vereenvoudigen en om een invulling te geven aan de huidige energietransitie. Dat houdt in dat Shell een ander bedrijf wordt. Het gaat mee in de energietransitie en zet meer in op hernieuwbare energie. Daarmee krijgt Shell een ander, duurzamer gezicht. Het voordeel is dat omzet en winst een voorspelbaarder karakter krijgen en minder volatiel zullen worden omdat Shell minder afhankelijk zal worden van de olieprijs. Het nadeel is dat de marges lager worden en daarmee ook de winst.

Bovendien gaat ‘den cost voor den baet uit’ en zullen er eerst veel investeringen moeten worden gedaan. De cash daarvoor moet gevonden worden in kostenbesparingen, maar dat gaat ook ten koste van de omzet en winst. Zo zal Shell minder investeren in nieuwe oliewinprojecten en teert men dus nog sneller in op de bewezen voorraad. Vorig jaar bedroegen de operationele kosten van Shell 38 miljard dollar. Het olie- en gasconcern wil deze kosten met ongeveer 40 procent verlagen. Hierbij worden drie divisies bekeken. In de Upstream-divisie worden naast lagere kosten in de operationele sfeer ook lagere investeringen in nieuwe projecten hiertoe gerekend. Bij de Gasdivisie moeten de kosten bij de LNG-productie omlaag. En bij Downstream moeten de kosten omlaag bij de 45.000 tank- en servicestations en gaat het aantal olieraffinaderijen van 17 naar 10. De voorgenomen verkoop van zeven raffinaderijen heeft ook gevolgen voor de winst. Voorheen was het zo dat downstream de tegenvallende winst bij lage olieprijzen een beetje kon opvangen. Downstream ‘kocht’ de olie immers voor een lagere prijs in bij Upsstream en kon het eindproduct met hogere marges verkopen. Dit effect wordt nu minder.

Beleggers in Shell ondergaan dit jaar zodoende een stille crash, anders kun je de koersdaling moeilijk noemen. Ook Shell diende zijn dividend dit voorjaar fors te verlagen. Professionele beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars bouwen hun exposure in traditionele olie- en gasconcerns steeds verder af, een proces dat nog wel enige tijd kan gaan duren. Toch zouden beleggers zich moeten realiseren dat de rol van fossiele energie voorlopig nog niet is uitgespeeld. De groei mag er dan uit zijn, we zullen nog jaren blijven rijden en vliegen. Duurzame energiebronnen winnen weliswaar snel terrein, maar hebben nog een lange weg te gaan.

Door zijn financiële kracht moet Shell in staat geacht worden om een grote rol in de energietransitie te spelen. Schrijf Shell dus nog niet af. De beurswijsheid was altijd ‘never sell Shell’. Hoewel velen dat wel hebben gedaan als we kijken naar de koers van het aandeel lijkt dat toch ietwat voorbarig al is Shell zelf net een olietanker en zal het bijsturen langzaam gaan. Er zijn meer voorbeelden van grote concerns die zichzelf met succes opnieuw hebben uitgevonden.

Auteur heeft privé geen positie, cliënten van Fintessa hebben het aandeel Royal Dutch Shell in portefeuille.

 

Geef een reactie