Vergeet populisme, het gevaar is de hang naar een sterke leider

Vergeet populisme, het gevaar is de hang naar een sterke leider

Populisme is het grote gevaar als we de media moeten geloven. Maar is dat wel zo? Ik denk zelf van niet. De term populist wordt door alle zijden misbruikt en onderliggend is het probleem, bij alle politieke kleuren, de hang naar centralisme met uiteindelijk despotisme als resultaat.

Onderscheid nodig

Laat ik eerst beginnen met de vaststelling dat tegenwoordig de term populisme op iedere afwijkende mening wordt geplakt. Daar klopt helemaal niets van natuurlijk. Als u het mij zou vragen, zou ik onderscheid willen maken tussen cliëntelisme en populisme, waar de eerste een bepaalde groep voortrekt in ruil voor politieke steun, en de tweede zegt naar (het overgrote deel van) het volk te luisteren waarmee het dus ageert tegen de elite. Beiden hebben vaak hoog gratis bier gehalte, waar ik een hekel aan heb, en dat is ook gelijk de crux: alle politieke partijen vallen onder deze termen te scharen.

Pot nat

Überhaupt zou men in het beoordelen van politieke partijen, de achterliggende ideologie (socialisme, kapitalisme, liberalisme, en zo verder) moeten negeren, want meestal strookt deze totaal niet met het verkiezingsprogramma, laat staan met het gevoerde beleid. Zo is de VVD niet rechts, D66 niet liberaal, de PvdA niet sociaal en zo verder. Als we het hebben over gratis bier, het doen van beloftes en niet nakomen daarvan en de kiezer continu expres foutief te informeren, dan scoren dus zowat alle politieke partijen hoge punten. Dus hoe dan onderscheid te maken?

Beter onderscheid

Het meest verduidelijkend, naar mijn mening, is om onderscheid te maken tussen centralisme en decentralisme; wie wil er een grote overheidsinvloed en wie wil dat de burger het voor het zeggen heeft. Nu zijn er meerdere partijen die het referendummodel wel zien zitten, maar eentje zegt het alleen, maar doet het omgekeerde, en de anderen hebben vaak een beperkte versie/reikwijdte met betrekking tot directe democratie.

Decentralisme

Waar het bij decentralisatie om zou moeten gaan, is dat de macht op een zo’n laag/logisch mogelijk niveau wordt gelegd. Simpel gezegd, eerst de burger (en dit kan ook per regio!) dan pas de gemeente, dan pas de provincie en dan pas de nationale overheid. Naargelang het onderwerp (van de vestiging van een industrieterrein, tot aanleggen een snelweg, tot de defensie van het land), bij ieder onderwerp worden de relevante stakeholders erbij gehaald. Dit is het een pure vorm van “populisme” die ik zeer zie zitten. Zwitserland komt hier het dichts bij overigens. De vraag is echter of er een partij is in Nederland (of in de rest van het Westen) die dit model echt wil invoeren.

Referenda

De steun voor referenda is best hoog, in welk Westers land je ook kijkt, maar de vraag is echter waarom dit het geval is. Ik vermoed dat het te maken heeft met het overrulen, dan wel uitschakelen van de elite. Het gaat dus minder om de individuele zelfbeschikking (en de vrijheid en verantwoordelijkheid die daarbij komen kijken), maar om het afzetten van het huidige leiderschap. Ik baseer deze mening op een trend die ik in het Westen ontwaar: de hang naar een sterke leider.

Begrijpelijk maar oh zo gevaarlijk

Deze wens is begrijpelijk, want de kiezer is ontevreden met de puinhopen die door de huidige regerende elite worden gecreëerd. Maar het onbegrijpelijke is dat zij dus dezelfde fout willen maken maar dan op het andere eind van één van de vele politieke spectra. Ze hebben het niet door, maar ze vragen om een andere elite en niet om zelf de beslissingen te mogen maken en dat is dus dezelfde fout maken maar dan met zogenaamd andere kleurtjes. Het ergste nog is dat er steeds meer en meer gerept wordt over één sterke leider en daar krijg ik de kriebels van. Gezien deze hang naar een sterke leider, kan de steun voor referenda dus niet gezien worden als steun voor meer individuele zelfbeschikking.

Kiezers zijn verwaande kinderen

Het willen van een sterke leider is wederom begrijpelijk, want de kiezer is weggehouden van de beslisvorming en heeft zichzelf al zo lang ontrokken van elke verantwoordelijkheid. De plichten die bij een democratie komen kijken (hard werken, open discussie voeren, nadenken, informatie inwinnen en uitwisselen, impulsbeheersing, eigen verantwoordelijkheid accepteren, totaalplaatje zien, en zo verder) die worden maar weinig gebezigd, maar schreeuwen over het recht op dit en het recht op dat, des te meer (iedereen wil uit de ruif eten). Wat dat betreft zijn kiezers over het algemeen te typeren als verwaande kinderen. Verwachten/eisen van alles, willen er niks voor doen, en als er iets is wat zij willen hebben wat ten koste gaat van een andere groep en/of negatieve gevolgen heeft voor allen op lange termijn, dan interesseert ze dat niks.

Je m’accuse?

De schuldigen hieraan zijn de elite en de kiezers. De elite heeft met haar centralisme steeds meer de rol ingenomen van een grote directie van een allesbepalende kostschool, waardoor de kiezers, met de combinatie van snoep en de roe, werden gedelegeerd tot kinderen. De kiezer heeft dit, voornamelijk door de voornoemde snoep, laten gebeuren. De stupiditeit regeert, letterlijk en figuurlijk.

De zucht naar één sterke leider

De huidige elite vormt echter een soort ongrijpbaar geheel; er is niet één aanspreekpunt, waar mensen hun wensen, vragen en zorgen aan kunnen richten. Dit, tezamen met de aangenomen rol van “kind”, doet de kiezer nu verlangen naar één aanspreekpunt, één alleswetende en goedbedoelende leider, die bovenal sterk is.

Gele hesjes

De kostschool en haar directie wordt dus vervangen door de allesbepalende strenge vader, wat wederom aangeeft dat de kiezer haar les niet heeft geleerd; ze schuift nog steeds alle verantwoordelijkheden van zich af. Gele hesjes en andere ontevreden burgers kunnen protesteren wat ze willen, maar zolang ze hun eigen electorale fouten en democratische plichten niet inzien, is de kans groot dat het Westen juist steeds verder weg komt te staan van een echte democratie en dat de kiezers de ruimte creëren voor de opkomst van despoten.

Hoop en vrees

Het kan zijn dat ik het fout heb en dat de electorale onrust nu een overgangsfase is van de huidige representatieve democratie naar een directe (referenda) democratie; democratische groeipijnen die bij politieke evolutie horen, zeg maar. De geschiedenis zit echter vol met ironie en ik vrees dan ook dat de tijd van despoten (wederom) is aangebroken. De ironie is dus dat wij ze wederom zelf uitnodigen.

Geef een reactie