Tip voor Thieme: Het kapitalisme van mens en natuur

Tip voor Thieme: Het kapitalisme van mens en natuur

Door: O. Osten Rijk

 

De term kapitaal heeft in de historie tot veel verwarring geleid. Iconische boeken zijn er over geschreven, in soms onbegrijpelijke woorden en met desastreuze gevolgen. Marianne Thieme kopt in de Volkskrant ‘de macht van het kapitaal is veel te groot geworden’. Hoe kunnen wij de macht terug brengen naar de mens en de natuur?

Taoisme
Daar waar mensen samenwerken en handeldrijven ontstaat welvaart. Chuang Tzu, een aanhanger van Lao Tzu de grondlegger van het Taoisme, merkte 300 jaar voor C. al op dat er ‘spontaan een goede ordening  ontstaat wanneer je dingen op zijn beloop laat’ [1]. Centraal in de ‘Daodejing’ is het volgen van de Tao en Wu wei, ofwel je niet verzetten tegen de loop der dingen, maar daar spontaan in meegaan. In die zin zijn mensen beter af zonder kennis of verlangen dat juist aanzet tot verzet en ingrijpen.

Menger
In 1871 werd voor het eerst op juiste wijze beschreven hoe prijzen tot stand komen, door de Oostenrijker Menger. Uitgangspunt van zijn logische redenatie is de mens. De mens handelt om zijn/haar situatie te verbeteren. Dit betekent voor ieder mens iets anders, vooruitgang is subjectief en niet te meten. Prijzen komen tot stand doordat vraag en aanbod bij elkaar komen. Het prijsmechanisme is bijzonder krachtig en functioneert zonder dat wij er erg in hebben. Prijzen hebben een signaalfunctie en zijn een middel binnen een samenleving om te bepalen wat jij zou kunnen doen voor andere mensen en hoe anderen jou kunnen helpen bij het realiseren van je doelen.

Waar het al misging met de Grieken
In het oude Athene werd vrije handel gedreven en commercie bedreven. De mensen werden daar beter van. De grote denkers van toen vonden dat maar niets. Socrates vond dat het leven gericht moest zijn op deugd, hij minachtte materiële welvaart en ondernemerswinst. De grote filosofen waren, ver voor Menger, nog niet in staat de voordelen van een vrije samenleving en de rol van het prijsmechanisme in te zien. Veel Griekse politici probeerden burgers er van te overtuigen dat het belangrijk is je te onderwerpen aan de staat: ‘vraag niet wat Athene voor jou kan doen, maar wat jij kan doen voor Athene’.

Road to Serfdom
Dit politiek ingrijpen is van alle tijden. In WOII schreef Hayek hierover in Road to Serfdom. In het Engeland van net na WOII ontstonden sterke socialistische krachten. Politici wilden het kapitaal bezitten en de economie gaan plannen. Deze stroming volgde na een economische depressie en een oorlog die een grote mate van planning vereiste. De Oostenrijkse Hayek had dit eerder gezien in het Duitsland van na 1920. Hij waarschuwde voor de mogelijke gevolgen van staatscontrole. Hoe goed de intenties in eerste instantie zijn, de gevolgen kunnen juist averechts zijn.

Thieme’s Inkomensongelijkheid
Tijdens de meer liberale periode van de industriële revolutie ‘regeerde het volk’. Sindsdien is volgens Pikkety de inkomensongelijkheid van 1810 weer terug. Begin 20e eeuw schreven de volgelingen van Menger, zoals Ludwig von Mises, al over de negatieve gevolgen van een overheid die monetair ingrijpt door de geldhoeveelheid te laten toenemen. De intenties van politici en beleidsmakers zijn wellicht  goed. De bijwerkingen van stimulerend monetaire beleid zijn o.a. een welvaartsverschuiving naar diegenen die het beste toegang krijgen tot het nieuwe geld. Dat zijn veelal de welvarende mensen, die eenvoudiger toegang kunnen krijgen tot nieuwe leningen. Een toenemende inkomensongelijkheid is het gevolg. Deze ontwikkeling vindt al ruim 100 jaar plaats, sinds de oprichting van de Fed. Helaas wordt het centrale bank beleid van de Fed nu wereldwijd toegepast, tot aan China toe.

De Donut Economie
Kate Raworth heeft kritiek op de klassieke economie waarin de mens egoïstisch is en de groei altijd moet doorgaan. De klassieke economie? De klassieke economen uit de 18e en begin 19e de schuld geven is nutteloos. Zij waren nog zoekend naar de alomvattende prijstheorie en liggen niet ten grondslag aan het huidige economische systeem. De huidige maatschappij wordt economisch vormgegeven door Keynesiaans beleid, in de basis ontwikkeld in de jaren 1930/1940, dat uitgaat van stimuleren en ingrijpen. Het zijn juist de huidige beleidsmakers en centrale bankiers die een beleid van een voortdurende economische groei voorstaan.

De signaalfunctie van rente
Centrale bankiers stimuleren de economie opdat alle prijzen met 2% per jaar stijgen. Met instemming van politici wordt de rente gedrukt en wordt veel geld, nieuw kapitaal en een additionele productiestructuur gecreëerd. De samenleving heeft echter geen signaal afgegeven dat er een voorkeur is om later NOG meer van en op onze planeet te consumeren. De grenzen die het klimaat ons oplegt worden overschreden, omdat deze niet worden gewaardeerd in het huidige economische model. Dit economische en monetaire beleid wordt wereldwijd gevoerd en dijt nog steeds uit. Brazilië is  wellicht de nieuwste aanwinst, bij verkiezen van de Braziliaanse Trump, waar nieuwe wegen door de Amazone de laatste Karipuna dan dreigen te  verdrijven.

Hoe de macht terug naar de mens en natuur?

Hedendaagse politici zouden een beleid moeten voeren gericht naar de voorkeuren van het volk. Activiteiten moeten worden ontplooid op basis van subjectieve voorkeuren van de mens, in een harmonische en dynamische samenleving, in plaats van gericht op kwantitatieve maatstaven als economische groei en prijsinflatie. Hoe moet je dat doen als politicus/politica?

Het antwoord is verrassend eenvoudig: Grijp niet in, laat het los: 无为.Het prijsmechanisme, als in de natuur ontstaan, is een bijzonder krachtig instrument dat zorgt voor economische verbetering. Het neemt niet subjectieve elementen als waardering voor klimaat en natuur mee in de besluitvorming van de mens. Uiteraard moet het volk voldoen aan regels en wetgeving. Maar voorkom ingrijpen door excessief stimulerend beleid en extreme geldgroei, met alle negatieve en niet duurzame bijwerkingen van dien. Doe eens een dag van niet, en leer over Menger en Tao.

 

[1] Bron: Jesús Huerta de Soto.

 

Geef een reactie