Is ongelijkheid nou zo slecht?

Is ongelijkheid nou zo slecht?

Oxfam Novib publiceert jaarlijks een aantal onderzoeken waaruit het één en ander moet blijken. Zo hebben ze altijd een onderzoek klaar voor het begin van Davos en dat was dit jaar niet anders. Waar de miljardairs een vermogenstoename zagen van 12% over 2018 (cijfers worden niet goed uitgewerkt, want ik betwijfel of de beursneergang in december in deze cijfers is verwerkt), hadden de armen een afname in vermogen van 11%. Ik zal in deze column eerst betogen dat ongelijkheid (zowel in inkomen alsmede vermogen) een verkeerde maatstaf is om armoede te meten en dat ongelijkheid juist een positieve drijvende kracht behoort te zijn. In het tweede deel van deze column zal ik ingaan waarom een groot deel van de toegenomen ongelijkheid in inkomen en vermogen aan hele ander dingen ligt dan waar Oxfam mee naar voren komt en dat deze oorzaken wel degelijk schadelijk zijn en aangepakt dienen te worden. Maar waar Oxfam een van de symptomen (deze ongelijkheid) wil corrigeren via belastingen, lost dit het onderliggende probleem helemaal niet op, waardoor het juist een continuatie van slecht beleid behelst. Verder zal Ik zal ook één situatie behandelen wanneer, wat ik zal noemen “natuurlijke” ongelijkheid (wat goed is), toch beperkt dient te worden. Daarna stip ik nog enkele punten aan met betrekking tot Oxfam.

Aanleiding

Maar eerst begin ik met waarom ik deze column heb geschreven: een Twitter discussie (door de tweet hieronder), zover je het zo kunt noemen, met Eric Smit van Follow The Money (FTM).

Buiten wat ad hominem geneuzel, kwam deze retweet van Oxfam door Eric over op mij alsof hij per definitie tegen vermogensongelijkheid is. Dat was niet het geval volgens hem (“we leven immers niet in een communistische heilstaat”), maar de geringe belastingafdrachten van bepaalde groepen zou vast één van de oorzaken zijn en Oxfam heeft dus een punt, aldus Eric. Uiteindelijk kwam de discussie tot een open einde met zijn volgende opmerking: “Maar weid vooral eens uit over gelijke kansen en gelijke uitkomsten. Lijkt me aardig om daar iets over te vernemen. Sassen van Elsloo was het toch?” Ondanks de wat naargeestige afsluiting van zijn tweet, zal ik dus nu het één en ander uiteenzetten.

1.1 Ongelijkheid is een verkeerde maatstaf

Wat is er mis met ongelijkheid? Als door hard trainen en natuurlijke aanleg Ronaldo de beste voetballer ter wereld wordt, dan is er een verschil met de andere voetballers op deze aardbol. Ik denk niet dat een voetballer uit de amateurklasse zich laat ontmoedigen door wat Ronaldo aan vermogen heeft en de prijzen en salaris die de Portugees naar binnen tikt. Sterker nog, de meeste voetballers putten juist inspiratie uit topvoetballers en zouden graag hetzelfde willen bereiken en trainen zich een ongeluk om in de buurt te komen. Zoals een lage drukgebied een hoge aantrekt, zo ook in ons leven. Alles draait om verschillen en deze verschillen zetten mensen aan tot actie, wat uiteindelijk tot grotere welvaart leidt. Vele politici en NGO’s zoals Oxfam staren zich blind op verdeling van de taart waar een focus op het groter maken van de taart het meeste effect zou hebben op de armoedebestrijding. Verschillen, of in dit geval ongelijkheid, is geen probleem en levert juist impulsen tot meer welvaartscreatie, het leidt tot diversiteit en dus dynamiek.

1.2 Armoede daalt flink

Als Oxfam armoedebestrijding als een hoofddoel heeft, dan moet het eens de cijfers opzoeken hoeveel mensen er uit de armoede zijn getrokken door de economische slagen die gemaakt zijn (zie hieronder). En deze grafiek laat het absolute aantal zien, terwijl de wereldbevolking gegroeid is (met name in de armste delen), dus het percentage mensen dat in extreme armoede leeft is nog meer afgenomen.

1.3 Waarom verschillen een verkeerd beeld geven

Hier is dus te zien dat het verschil niet het juiste beeld geeft, of het nu om inkomen of vermogen gaat. Het benadrukken van de verschillen is vaak juist misleidend. Stel dat u EUR 50.000 per jaar verdient en uw buurman EUR 25.000 en jullie werken beide voor dezelfde werkgever. Stel vervolgens dat er door een uitvinding de productiviteit van u en uw buurman verdubbelt en uw beider salarissen ook. Dan verdient u EUR 100.000 en uw buurman EUR 50.000. Goed nieuws zou u (en uw buurman) zeggen, maar Oxfam zal dan vaststellen dat de inkomensongelijkheid is toegenomen, want eerst bedroeg deze EUR 25.000 en nu EUR 50.000. En stel dat u beiden het extra salaris op zou sparen, dan neemt de kloof in vermogen tussen u en uw buurman ieder jaar toe. U ziet, het benadrukken van de verschillen geeft vaak een verkeerd beeld. Het kan best gebruikt worden, maar in een bredere context die Oxfam (expres?) niet benoemt.

1.4 Neo-liberalisme

Velen denken nu wellicht dat ik het over de zegeningen van het neoliberalisme heb, maar nee. Allereerst is die term danig misbruikt en enorm opgerekt; het wordt te pas en onpas gebruikt. Ik heb het over de toegenomen wereldhandel, lagere handelstarieven, deregulering en dergelijke. Helaas zijn er vele beleidsfouten geweest, waardoor het succes van wat een vrije markt te bieden heeft enorm is beperkt. De prestaties die geleverd zijn, zijn dus ONDANKS al deze slechte maatregelen tot stand gekomen. Grootste boosdoeners zijn overheden, centrale banken en bedrijven die de vrije markt beperken. Hier kom ik later nog op terug.

2.1 Wanneer ongelijkheid wel fout is

Dit brengt mij bij de eerste uitzondering; wanneer ongelijkheid (in inkomen en/of vermogen) wel degelijk een slechte zaak is. De situatie waarin verschillen in inkomen en vermogen ontstaan door, laat ik het noemen het natuurlijke verloop (ik zal de term natuurlijke verschillen gebruiken), zijn dus niet schadelijk, maar daar is niet altijd sprake van helaas. Zoals u wellicht weet, hebben de centrale banken wereldwijd een onconventioneel monetair beleid gevoerd. Dit hield in dat er liquiditeiten in de markt werden gepompt, dat de korte rente flink werd verlaagd en zo verder. Het doel was reflation, wat zoveel betekent dat de schuldenproblematiek wordt opgelost door inflatie te creëren bij inkomens en bezittingen (vermogen/balansverbetering). Dit heeft met name tot geïnflateerde waarden geleid op de beurzen en vastgoedmarkten. Hierdoor zijn mensen met veel vermogen (die daardoor vaak en veel beleggen en/of vastgoed bezitten) er flink op vooruitgegaan, terwijl de niet zo vermogende medemens er niet of nauwelijks op vooruit gegaan is. Nu is door het voornoemde beleid, veel van de prijsvorming kunstmatig (te hoog) waardoor er ooit eens een flinke krach komt, die veel van deze vermogenswinsten zal wegvagen.

Oneerlijk

Echter, daarmee is het speelveld tussen de vermogende en niet zo vermogende niet gelijkgetrokken, want door het slechte monetaire beleid, zullen de prijzen over de gehele periode wel zijn opgelopen. De niet zo vermogende medemens krijgt dus met hogere prijzen te maken, waardoor hij wellicht juist moest interen op zijn vermogen, terwijl de ander daar geen last van had. Na de krach is de vermogende zeg maar terug bij af, maar niet de niet zo vermogende, want die is het beetje vermogen wat hij had wellicht kwijt en heeft door de hogere prijzen een lagere koopkracht. En als de krach / crisis komt dan is hij vaak ook nog het hardst geraakt gezien de niet zo vermogende geen buffers (meer) heeft en vaak werk heeft in meer cyclische sectoren waardoor hij als eerste het ontslag tegemoet kan zien. Punt is dat veel van de inkomens en vermogensverschillen nu te wijten zijn aan fout monetair beleid. Meer informatie over de nefaste effecten hiervan kunt u in een andere column van mij lezen (klik hier).

Productiviteit lijdt onder monetair beleid

Wat betreft inkomen uit arbeid, die laat maar niet of nauwelijks een verbetering zien het afgelopen decennium; een beeld wat veel westerse economieën laten zien is dat de lonen niet of nauwelijks stijgen. Een deel ligt aan de globalisering en flexibilisering van arbeid, maar zelfs dan is het voor veel economen bevreemdend dat de lonen in bijvoorbeeld Nederland niet echt stijgen terwijl de werkloosheid zeer laag is. Probleem hier is, naar mijn mening, dat het monetaire beleid niet tot echt vertrouwen in de economische toekomst heeft geleid. Investeerders stoppen het geld liever in de financiële markten (in de korte termijn dus), bedrijven kopen andere bedrijven op en of de eigen aandelen in, wat dus aangeeft dat ze dit kapitaal niet in konden of wilden zetten voor investeringen in kapitaalgoederen en dergelijke. Deze investeringen zouden uiteindelijk voor een hogere productiviteit hebben geleid wat weer ruimte zou bieden voor hogere lonen. Dit gebeurd dus te weinig waardoor we onszelf verarmen op lange termijn; de taart wordt minder groot als had gekund, of kan zelfs krimpen.

It is about allocation, stupid!

Wederom heeft het monetaire beleid ervoor gezorgd dat de allocatie van kapitaal verstoord werd, iets wat nog heel lang gevoeld zal gaan worden. Nu konden de meer vermogende werknemers deze matige inkomensontwikkeling compenseren door de vermogenstoename; de niet vermogende had dat geluk niet. Verder hebben beide groepen (dus de vermogende en niet zo vermogende) door de lage rentes steeds goedkoper kunnen lenen. In sommige landen heeft dit voor verlichting gezorgd, bij anderen voor hogere consumentenkredieten (zie VK). Wanneer de krach op de beurzen komt, zal er een repricing van risico komen waardoor deze (en andere) kredieten met nog hogere rentes te maken gaan krijgen (door o.a. dus de hogere risico-opslag), terwijl de achterliggende schuldenaren wellicht hun baan (dus inkomen) verliezen. Ook al zouden zij hun baan behouden, door de voornoemde slechte ontwikkeling in de productiviteit (en dus lonen), komen deze mensen bij stijgende schuldenlasten dus in de problemen (lasten stijgen harder dan inkomen).

Overheden ook schuldig..

Overigens zijn de centrale banken niet de enige schuldigen, want zo is ook het fiscale beleid van overheden debet aan vele misstanden. Zo forceert de vermogensbelasting mensen om te beleggen om zo doende er niet op achter uit te gaan en zorgt de renteaftrek voor een grotere voorkeur voor krediet en ontmoedigt het sparen (stimuleert consumptie). Deze zaken (en meer) zorgen voor economische misallocaties, een saai klinkend begrip, maar wellicht één van de belangrijkste dingen in de economie; in de context van deze column dus onmisbaar, dus lees u a.u.b. deze column van mijn hand waar ik dit uitleg: klik hier).

..en bepaalde bedrijven zijn dat ook

Verder zijn er ook grote bedrijven, die hun dominantie in de markt willen veilig stellen. Door hun grootte hebben deze bedrijven disproportioneel veel toegang tot beleidsmakers en dus invloed op het te voeren beleid. Dit is vaak in het nadeel van de burger in het algemeen en de kleine ondernemers in het specifiek. Dit is de nefaste uitwerking van politieke centralisatie; wie mee centraliseert (grote bedrijven) die blijven invloed houden, terwijl wie niet mee groeit (de burger en het MKB) aan invloed verliest. Dit zijn democratische tekorten die, onder andere, ook economisch hun sporen nalaten en dus ook een invloed hebben op de grootte van de taart en dus ook op armoede (zie deze column op Opiniez voor meer uitleg).

 

2.2 Het tweede geval wanneer ongelijkheid slecht is

Nu is er dus nog een reden om toch ongelijkheid aan te pakken. Dit geval betreft een geval van realisme. Als een overgrote meerderheid van de kiezers binnen een land het verminderen van de ongelijkheid in vermogen dan wel inkomen als een topprioriteit ziet, dan zal het negeren van deze wens leiden tot sociale spanningen. Ook al zijn de verschillen dus natuurlijk ontstaan, als de kiezer het niet kan velen, dan is het negeren hiervan een gevaarlijke zaak. Ik zou het vreselijk vinden als dit zo zou gebeuren, want dan wordt afgunst een reden voor beleid. Ik denk overigens wel dat als het natuurlijke ongelijkheid betreft, het niet zo ver zal komen omdat de mensen allemaal vooruitkomen, waardoor de focus op verschillen niet zo hoog is (zie voorbeeld van buurman aan begin van deze column). Nu echter, zijn er omstandigheden die veroorzaakt zijn door centrale banken, overheden en bedrijven die de vrije markt belemmeren, waardoor kiezers wel degelijk een gedegen reden hebben om te protesteren. Echter, net als Oxfam, zien zij de gevolgen wel, maar niet altijd alle oorzaken. En als de oorzaken niet bekend zijn, dan is de gekozen oplossing nagenoeg altijd slecht. Dus erfenissen, vermogen en dergelijke hoger (überhaupt! Zie deze column over de erftaks) belasten, speelt mooi in op de afgunst, maar doet praktisch niets in het oplossen hiervan. Iets waar Heiko de Boer ook op wees in zijn column (zie hier) waarin hij de Gele Hesjes de juiste schuldige aanwijst.

 

3.1 Oxfam

De gevolgen van dit beleid zijn enorm; de toegenomen ongelijkheid in inkomen en vermogen zijn in dit geval een symptoom. Echter, Oxfam ziet het symptoom maar niet de oorzaken. Zij reppen over gelijke rechten voor vrouwen, voor educatie en gezondheidszorg. Allemaal prima punten, maar in de landen waar dit niet of slecht is geregeld, ligt dat aan een ondoenlijke mix van cultuur, religie, corruptie en politieke onkunde. Hogere belastingen voor de rijken gaan deze problemen niet oplossen.

Juiste recept nog niet genoeg

De wil om wat te doen tegen de misère van andere mensen is begrijpelijk, maar dat voorkomt niet dat de resultaten tegen kunnen vallen of zelfs ronduit slecht uitpakken. Het is dus zaak om de juiste hulp te geven. Oxfam c.s. zouden daarbij meer de focus moeten leggen op het bevechten van corruptie en stemfraude, het gebruik bevorderen van degelijke juridische systemen in ontwikkelingslanden, op het verhogen van de veiligheid van de burger en dergelijke. Dit schept de juiste voedingsbodem voor welvaartsontwikkeling.; je krijgt immers geen goede gezonde plant als je aan zaadje plant in slechte grond (zelfs niet met top zaadjes). Is daarmee succes verzekerd? Nee, helaas niet. Zo heeft Afrika bijvoorbeeld veel last van dat natiegrenzen lukraak getrokken zijn door het Westen, terwijl binnen landen vaak in stammen wordt gedacht. Deze situatie en dat soort denken aldaar, heeft tot de dag van vandaag veel problemen opgeleverd en heeft de welvaartstoename flink belemmerd. Een betere toekomst vergt dus vaak ook een cultuuromslag binnen ontwikkelingslanden en dat is iets wat erg moeilijk te bewerkstelligen is. Educatie kan in deze haar steentje bijdragen, maar het proces van cultuurverandering is met name iets wat bij de burgers zelf ligt en niet door een Oxfam kan worden afgedwongen.

Oneerlijke handel

Verder zou Oxfam c.s. hun pijlen kunnen richten op oneerlijke handel. Zo hanteren veel westerse landen nog steeds importheffingen en subsidiëren zij hun eigen bedrijven. Daarmee wordt het ondernemers in ontwikkelingslanden vaak onmogelijk gemaakt om concurrerend te exporteren. Verder werken allerlei reguleringen de ontwikkelingslanden tegen. Zo kunnen milieu- en kwaliteitseisen (certificering, techniek etc.) van bepaalde landen, ontwikkelingslanden permanent uitsluiten van de wereldmarkt. Als Oxfam nou geld beschikbaar zou stellen en / of zou lobbyen zodat de know-how en de juiste technologie dit soort landen zou bereiken, waardoor deze kunnen meedoen aan de wereldhandel, dan zal dat een zeer grote positieve bijdrage leveren aan het oplossen van armoede.

3.2 Oxfam bezigt ultra links populisme

Ik vraag mij echter af of Oxfam wel een echte oplossing wil nastreven. In hun rapport halen ze miljardairs aan zoals Bezos van Amazon en dat met zijn geld dit en dat gedaan zou kunnen worden. Mensen die het woord populisme bezigen, zouden het rapport van Oxfam eens moeten lezen, want dat staat bol van (ultra links) populisme. Dat Bezos met niets is begonnen in een kamer van 2 bij 3 meter, dat hij  341.000 banen heeft geschapen, dat hij de prijzen heeft verlaagd van vele goederen (koopkracht van de consument is hierdoor gestegen dus) en het verkrijgingsgemak van bepaalde goederen heeft verhoogd, wordt voor het gemak vergeten door Oxfam. Dat het belasten van vermogen tot misallocaties (en dus een beperkte dan wel kleinere taart) leidt en of tot kapitaalvlucht, daar reppen ze niet of nauwelijks over.

De weg naar de heilstaat

De kapitaalvlucht komt wel zijdelings aan bod, want Oxfam zou het liefst één wereldwijde gelijkgetrokken belastingstelsel zien, waardoor bedrijven en individuen geen belasting meer kunnen ontwijken (ik heb het hier dus niet over het ontduiken van belasting want dat is illegaal, ontwijken van belasting is dat niet. Oxfam maakt het onderscheid echter (expres?) niet en rept over dat de rijken hun vermogen “verstoppen” waardoor de connotatie er een is van boeven die aangepakt dienen te worden). Als we dat zouden doen dan is er geen concurrentie meer tussen staten, wat hetzelfde oplevert als geen concurrentie tussen bedrijven. Overheden zullen dan niet meer in toom gehouden kunnen worden en de belastingdruk (en lastendruk) zal alleen maar toenemen en de kwaliteit van de geleverde goederen en diensten zullen afnemen. Het zet dus wel degelijk de deur open naar de socialistische heilstaat. Het valt politici en economen vaak aan te reken dat zij alleen de eerste orde effecten zien van wat zij propageren maar de tweede, derde, …n-de orde effecten negeren. Het is stuitend hoe kortzichtig deze beleidsmakers en –beïnvloeders denken.

Oxfam rapport is misleidend

Naast het onheus bejegenen van Bezos en andere miljardairs (hun filantropie wordt vaak vergeten overigens), druipt de gekleurdheid van het rapport. De woordkeuze zoals “een kleine groep gaat er vandoor met” klinkt net alsof ze het over boeven hebben die de armen bestelen. Er worden totaal kromme (self serving)vergelijkingen gemaakt. Om de ongelijkheid in inkomen en vermogen weer te geven tussen man en vrouw in de VS, vergelijkt Oxfam een white male en een Hispanic woman. Hier wordt dus expres gekozen voor het meest extreme verschil. De achterstand in educatie, taalbeheersing en zo verder kan een grote rol spelen, dus een vergelijk tussen een Hispanic man en Hispanic woman zou meer op inzicht geven, maar dat komt Oxfam niet uit. Het hele rapport staat vol met kromme vergelijkingen die zowat als ophitsend beschreven kunnen worden. Ook wordt nergens bewezen dat ongelijkheid tot meer armoede leidt. Het hele rapport is een exercitie in misleiding. Het is mooi opgemaakt met kant en klare stukjes tekst die journalisten dan kunnen copy-pasten. Het lijkt er dus op dat Eric Smit van FTM zich ook hiertoe heeft laten verleiden, in plaats van het rapport van een critique te voorzien. Wellicht komt dat nog.

Politiek verlengstuk

Als ik dan ook zie welke mensen Oxfam besturen, dan kan ik niet om een bepaalde politieke kleur heen. Zo is de nieuwe directeur van Oxfam Dhr. Servaes van de PvdA. Welke expertise hij dan heeft om de doelen van Oxfam te bereiken, ontgaat mij compleet. Waarom zijn remuneratie van EUR 141.000 per jaar zou moeten zijn ontgaat mij ook. Oxfam komt op mij over als een politiek verlengstuk in plaats van een NGO die zich alleen bezig houdt met effectieve armoedebestrijding. En dan laat ik het verhaal over seksueel misbruik en het in de doofpot stoppen hiervan door de leiding van Oxfam, maar achterwege. Met dit soort antecedenten, zou iedere journalist de informatie van Oxfam met uiterste voorzichtigheid moeten betrachten.

Waar de focus zou moeten liggen

Kortom, natuurlijke ongelijkheid is geen probleem, ongelijkheid die is ontstaan door fout monetair beleid, door fout overheidsbeleid en vrije markt belemmerende bedrijven zijn ronduit slecht en dienen niet zo zeer bestreden maar voorkomen te worden. Oxfam wil symptomen corrigeren, maar hierdoor laat zij de oorzaken intact. Hiermee laat het ook duidelijk die politieke kleur zien van het bewerkstelligen van gelijke uitkomsten in plaats van gelijke kansen; verschillen zijn per definitie slecht en dienen te worden gladgestreken. Verschillen, op welk vlak dan ook, is wat de wereld zo mooi en interessant maakt. Ik zeg dus dat er op de GELIJKE kansen moet worden gefocust en daar hoort dus een goede rechtsstaat bij, veiligheid, lage corruptie, een gedegen democratie, een eerlijk speelveld met betrekking tot handel en zo verder. Hierdoor worden mensen uit de armoede getrokken, bouwen zij vermogen op wordt de aarde een stuk gelukkiger. Dat de verschillen in inkomen en of vermogen dan een bepaalde kant op gaan, zou niet moeten uitmaken (de voornoemde uitzondering daargelaten). Oxfam heeft dus het verkeerde probleem “geanalyseerd” en komt ook nog een met de verkeerde oplossing. Noem mij een cynicus, maar ik heb sterk het vermoeden dat het Oxfam niet echt om armoedebestrijding gaat.

2 reacties op “Is ongelijkheid nou zo slecht?”

  1. BimBam says:

    Dank Alexander voor deze ‘long read’. Heb net een stuk geschreven over de kloof tussen arm en rijk waarin Aristoteles wordt aangehaald die stelde dat deze verschillen een natuurlijke oorzaak hebben omdat mensen niet gelijk zijn en willen zijn. Alle pogingen tot gelijktrekken, stelde hij, zal rampzalige gevolgen hebben.

  2. Alexander Sassen van Elsloo says:

    Dank BimBam!

Geef een reactie