Einstein versus Keynes

Einstein versus Keynes

Door Heiko de Boer

De mens heeft altijd verlangt de ordening van onze wereld beter te begrijpen. Dit geldt voor economen en natuurkundigen. Het belangrijkste verschil tussen hen is dat natuurkundigen de laatste ruim 100 jaar enorme vooruitgang hebben geboekt met hun wetenschap. De economische wetenschap heeft geen of maar weinig progressie gemaakt.

Laplace

In de 19e eeuw was er met de Franse natuurkundige Laplace een stroming die ‘determinisme’ veronderstelde: zij dachten dat het mogelijk is om voor elk tijdstip de volledige toestand van het heelal te berekenen. Op basis van o.a. Newton ging men nog uit van een absolute tijd. Het was mogelijk om zonder twijfel de hoeveelheid tijd te meten tussen het plaatsvinden van twee gebeurtenissen.

E=MC2

Aan het begin van de 20e eeuw kwam Einstein met de relativiteitstheorie, de theorie op macro schaal, waarin er geen unieke absolute tijd meer bestaat. Elk individu heeft zijn eigen persoonlijke tijdsmaat die afhankelijk is van de plaats waar hij zich bevindt en de manier waarop hij zich voortbeweegt. Ruimte en tijd zijn dynamische grootheden die niet alleen invloed uitoefenen op het heelal, maar zelf ook door het heelal worden beïnvloed. Na 1915 wordt de opvatting aanvaard van een uitdijend heelal, dat op een bepaald tijdstip in het verleden lijkt te zijn begonnen. De vraag blijft of het heelal tot in eeuwigheid blijft uitdijen of dat hier in de toekomst een einde aan zou kunnen komen.

Voorspellen kan niet

De natuurkunde denderde voort met de ontwikkeling van kwantumtheorie op micro schaal. Heisenberg beschreef in 1926 zijn onzekerheidsprincipe. Deeltjes hebben geen welomschreven toestand maar een kwantumtoestand, een combinatie van positie en snelheid. Voor een waarneming wordt niet één resultaat voorspeld, maar een aantal verschillende uitkomsten, met bepaalde waarschijnlijkheden. De voorspelbaarheid heeft het daarmee begeven: het is onmogelijk gebeurtenissen in de toekomst exact te voorspellen, als we niet eens de huidige toestand van het heelal kunnen berekenen.

Energiebalans

Met de kwamtumtheorie wordt de grondslag gelegd voor de hedendaagse natuurwetenschap en techniek. Deze kennis werd toegepast voor de ontwikkeling van transistors, computers en tv’s en met positieve gevolgen voor onze welvaart. Theoretici denken verder na over de mogelijkheid van tijdreizen en negatieve energie. Wellicht is er net als met geld een positief EN een negatief energie saldo mogelijk. De kwamtumtheorie staat een negatieve energiedichtheid toe, maar alleen als deze wordt gecompenseerd door positieve energiedichtheid op andere plaatsen. De totale energie en de totale balans blijven positief.

Economen van de Oostenrijkse School

Eind 19e eeuw vonden Oostenrijkse economen als Menger uit hoe prijzen in de economie tot stand komen op basis van menselijk handelen. Ieder mens handelt om de eigen situatie te verbeteren en daarmee de totale welvaart. Mensen rangschikken telkens hun voorkeuren op basis van hoeveel nut zij hier aan toedichten en ontlenen. Er bestaat geen absolute maatstaf voor nut. Het is niet mogelijk om het volledige nut van een persoon, laat staan van een hele samenleving te berekenen. Elk individu heeft zijn eigen persoonlijke nut-schaal die afhankelijk is van bijvoorbeeld de omgeving of de ontwikkeling die deze persoon doormaakt. Het nut van de laatst toegevoegde eenheid van een goed, het marginale nut, is leidend voor de totstandkoming van een evenwichtsprijs in een samenleving.

Prijs is meer dan velen denken

We hoeven niet de huidige toestand van de economie te berekenen en gebeurtenissen in de toekomst te voorspellen; met het prijsmechanisme hebben wij een prachtig instrument voor een stabiele samenleving en het laten toenemen van onze welvaart.  Prijzen hebben een signaalfunctie en zijn een middel binnen een samenleving om te bepalen wat jij zou kunnen doen voor andere mensen en hoe anderen jou kunnen helpen bij het realiseren van je doelen. De productiestructuur is dynamisch en richt zich naar de telkens veranderende voorkeuren van de samenleving en maakt daarmee een alsmaar toenemende welvaart van de samenleving mogelijk.

Oprichting Fed

Economen en beleidsmakers creëerden echter hun eigen economische wereld. In 1913 werd in de V.S. de Fed opgericht. De eerste schreden werden gezet op gebied van monetair beleid en het laten toenemen van de geldhoeveelheid. Dit beleid werd gesteund door economen als Irving Fisher, een pionier op het gebied van het voeren van inflatiebeleid. De Amerikaanse economie ontwikkelde zich in de jaren 1920 goed, tot de grote krach van 1929. De correctie van de jaren ’30 en de Grote Depressie veranderde niets aan de overtuiging van de maakbare economie. In Nederland begon Tinbergen, rond de periode dat Fisher in de V.S. de Econometric Society oprichtte, met het maken van econometrische modellen om de toestand van de economie te berekenen en te voorspellen.

Keynes and animal spirits

De theorieën van Keynes die volgden versterkten het geloof in de maakbare economie. De rente moet worden aangepast, in de praktijk met name verlaagd, en geld kan worden gecreëerd om misstanden van het menselijk handelen te corrigeren. Volgens Keynes zijn vrije financiële markten belast met ‘animal spirits’. Een vrije wereld zonder overheidsingrijpen kan niet goed functioneren. De totale geldbalans wereldwijd lijkt ondertussen negatief te zijn. Overal ter wereld hebben overheden zich in de schulden gestoken. Ondanks diverse crises zijn deze schulden de laatste jaren alleen maar toegenomen, ook in Europa en zelfs in de V.S. Het huidige economenmodel staat dit schijnbaar toe.

Economen draaien zaken om

Natuurkundigen pasten hun modellen in de loop der tijd aan, op basis van waarnemingen van de wereld die hun theorieën weerlegden. Economen doen het andersom. Zij maken theoretische modellen waaraan de wereld zich maar moest aanpassen. Essentieel in dit economenmodel is dat prijzen ieder jaar absoluut en gemiddeld 2% per jaar moeten stijgen. Lonen moeten dan iets meer stijgen, voor koopkrachtbehoud, obligaties renderen daarboven en met aandelen zijn gemiddeld genomen rendementen van wellicht 6% of meer mogelijk.

Wanbeleid van regeringen

Als de wereld niet voldoet aan dit model is geen maatregel te extreem. Rentes worden naar onnatuurlijke niveaus lager dan 0% geduwd, overheidstekorten zijn de norm en centrale banken kopen enorme hoeveelheden staatsschuld op. Regeringsleiders houden niet van hoge of stijgende rentes en staan stijgende overheidstekorten en een blijvende geldgroei voor, ter meerdere eer en glorie van hun machtspolitiek. Bij hedendaagse wereldleiders is een staat van ‘determination’ waar te nemen, die ons terug bij af lijkt te brengen.

Correctie komt hoe dan ook

De geldhoeveelheid wordt een uitdijend massa in een monetair proces dat in 1913 lijkt te zijn begonnen. Blijft de geldhoeveelheid tot in eeuwigheid uitdijen of komt hier in de toekomst een einde aan en gaat er een proces van ‘normalisatie’ optreden? De economie en de mensen in een samenleving zijn niet voorspelbaar en zijn niet met wiskundige modellen te beschrijven en statische grootheden te meten. Je hoeft geen ‘rocket scientist’ te zijn om te zien dat de huidige geldbubbel wederom een keer zal barsten en dat het prijsmechanisme tot een correctie dwingt, met gevolgen zoals die van een grote natuurramp. Hopelijk gaat zo een correctie niet gepaard met een ‘big bang’.

Geef een reactie