ING dan maar?

Er zijn redenen genoeg om niet in Europese banken te willen beleggen. Beleggers zijn vooral bezorgd over de winstgevendheid gegeven het klimaat van voortdurend lage rentes en de onrust over het Verenigd Koninkrijk, Italië en de Amerikaanse president. Bovendien staan zij steeds meer bloot aan cyberaanvallen en zijn ze in toenemende mate betrokken bij witwaspraktijken, terrorismefinanciering en de ontduiking van sanctieregimes. Bovendien blijkt de klantenbinding af te nemen en komen er ook steeds meer, niet financiële, kapers op de kust.

Tenslotte is er de schaalgrootte. Volgens vooral Amerikaanse analisten zijn de Europese banken te klein om de slag met hun Amerikaanse en Aziatische concurrenten aan te gaan. Grotere paneuropese banken zouden deze concurrentie beter aankunnen. Het zou stabiliteit bieden wanneer het ergens in de regio wat minder gaat. Dit is dan ook de reden dat Europese toezichthouders graag grensoverschrijdende fusies tegemoetzien.

Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat Europese banken momenteel voor slechts 0,56 keer hun boekwaarde op de beurs worden verhandeld. Ter vergelijking, deze ratio voor Amerikaanse banken bedraagt het dubbele, namelijk 1,1 keer de boekwaarde. Dit waarderingsverschil is niet zo raar aangezien het rendement op het eigen vermogen bij Amerikaanse banken momenteel 16 procent bedraagt. In de EU komen de banken gemiddeld niet verder dan 8 procent. Inderdaad, de helft.

Echter, het is interessanter om niet achteruit te kijken maar juist naar tekenen die wijzen op een mogelijke ommekeer in de nabije toekomst. Zo is een van de zwaarst getroffen aandelen misschien wel een mooie kandidaat om van de huidige malaise in bankenland te kunnen profiteren. Inderdaad, ING. De bank geldt als een voorloper op het gebied van de digitalisering en heeft een bankenplatform ontwikkeld dat relatief eenvoudig is uit te rollen in meerdere landen. De winstgevendheid van ING is in orde, ondanks het aftikken van een boete van 775 miljoen euro. Wanneer we ervan uitgaan dat het bij deze ene misser blijft zal de winstgevendheid van ING de komende tijd niet het grootste probleem worden. 

Wat maakt ING verder tot een interessante koopkandidaat? Na de forse koersdaling van het afgelopen jaar is de PE gezakt naar slechts zeven keer de verwachte winst over 2018. Het dividendrendement blijft naar verwachting voorlopig gehandhaafd en staat op een aantrekkelijke 6,8 procent. ING beschikt over een relatief stevige balans met een Tier1-ratio van meer dan 14 procent. Er zijn (nog) weinig ‘non-performing’ leningen in het boek. En boven alles is het aandeel wellicht wat al te zwaar gestraft voor de ongekende stroom aan negatieve publiciteit. 

ING lijkt, net als de meeste andere Europese banken, momenteel geprijsd voor een pittige recessie. Het is echter zeer de vraag of er een dergelijke recessie komt. Wanneer beleggers daar wel van uitgaan dan moeten ze vooral van ING afblijven. Zijn ze echter van mening dat een groeivertraging nog geen crisis is dan zal de koers van ING te zwaar blijken te zijn afgestraft. In dat laatste geval is het waarschijnlijk een mooie koopgelegenheid. De president van DNB heeft ongetwijfeld gelijk wanneer hij zegt dat banken niet meer te vergelijken zijn met pakweg tien jaar geleden. Maar zelfs wanneer we dat meewegen is ING op de huidige koers en waardering niet oninteressant.’

Auteur heeft privé geen positie, cliënten van Fintessa hebben het aandeel ING in portefeuille.

 

Eén reactie op “ING dan maar?”

  1. Gijs says:

    De scepsis rondom ING is begrijpelijk en wellicht terecht. Het verschil in boekwaarde bij US en EU banken kan voor een (klein) deel worden verklaard door de sanering die omvangrijker in de US heeft plaatsgevonden, in vergelijking met de EU. Ik ben het met je eens dat een klein stukkie in ING in een brede portefeuille passend kan zijn, toch zou ik de sector als geheel flink onderwogen laten. Grtzzz.

Geef een reactie