Afslankkuur moet ABB weer fit maken

Asea Brown Boveri, ook wel ABB, is een Zweeds-Zwitserse industrieel conglomeraat actief in de elektrificatie, automatisering en robotica. Het hoofdkantoor bevindt zich in Zürich. Er werken meer dan 110.000 medewerkers in meer dan 100 landen. Het aandeel heeft het sinds de crisis van 2008-2009 niet bijzonder goed gedaan. Onder het vijfjarige bewind van de huidige bestuursvoorzitter Ulrich Spiesshofer daalde het aandeel ABB  met zo’n 5 procent. Mede om die reden lag ABB onder vuur van de Europese activistische aandeelhouder Cevian Capital. Cevian heeft er bij Spiesshofer jaren op aangedrongen de weinig rendabele energiedivisie af te stoten. Hierin wist Cevian zich overigens gesteund door andere grote aandeelhouders als bijvoorbeeld Investor. ABB wilde echter niets van een eventuele opsplitsing weten. 

Nu was Investor, het investeringsvehikel van wijlen de bekende Zweedse grootindustrieel Peter Wallenberg, nota bene de grote aanjager van de fusie tussen het Zweedse ASEA en het Zwitserse Brown, Boveri & Cie. in 1988. Investor is met 10,7 procent de grootste aandeelhouder, waar Cevian goed is voor een belang van 5,3 procent. Peter Wallenberg is echter niet meer en ook Investor was niet langer gekant tegen een eventuele opsplitsing. 

Recent heeft ABB besloten de energiedivisie (deels) te verkopen aan het Japanse Hitachi. Hitachi neemt een belang van 80 procent terwijl ABB de resterende 20 procent vervolgens in delen van de hand wil doen. De transactie plakt een ondernemingswaarde van 9,7 miljard euro op de gehele bedrijfseenheid. Dat is aan de onderkant van de verwachting van analisten. 

De transactie levert ABB na aftrek van vreemd vermogen 7,6 tot 7,8 miljard dollar op. Het bedrijf is van plan dat aan aandeelhouders uit te keren via inkoop eigen aandelen of een ‘vergelijkbaar mechanisme’. Een inkoop van eigen aandelen zou bij de huidige koers neerkomen op 18 procent van het uitstaande aandelenkapitaal. 

Het nieuwe ABB zal na deze transactie, die in 2020 moet worden afgerond, volgens Spiesshofer ‘leaner en meaner’ worden. In ieder geval raakt ABB een kwart van zijn waarde kwijt. Het overblijvende bedrijf zal zich richten op drie segmenten: industriële automatisering, elektrificatie en robotica. Elektrificatie draagt voor 41 procent bij aan de omzet, robotica voor 32 procent en industriële automatisering voor 27 procent. In de toekomst zal alles bij ABB draaien rond de digitale transformatie. 

Volgens de topman moet ABB in de toekomst in alle segmenten waarin het actief is nummer één of nummer twee zijn. Mede door de positionering in alle genoemde segmenten lijkt ABB na jaren van underperformance nu eindelijk afgetraind genoeg om de komende jaren een belangrijke rol te kunnen spelen in de digitalisering van de industrie.

Het aandeel ABB beleefde zijn gloriedagen ronds de eeuwwisseling. In het jaar 2000 bereikte ABB de hoogste koers ooit met CHF 32,87 om vervolgens volledig in elkaar te storten tot een dieptepunt van CHF 0,98 in februari 2002. Het rendement over de afgelopen 20 jaar een is aanzienlijk minder dan de SMI-index waar ABB deel van uitmaakt. De huidige koerswijziging van het management is dan ook hard nodig al was het maar voor Spiesshofer zelf om zijn baan te kunnen behouden. 

ABB rapporteerde over het afgelopen kwartaal een hoger dan verwachte omzet met vooral een sterke bijdrage van de robotica. De orders stegen met 8 procent dankzij de robotica. Waar door analisten een omzet van 7,3 miljard dollar was verwacht kwam ABB met 7,4 miljard dollar iets beter uit. De omzet groeide met vijf procent ten opzichte van het laatste kwartaal van 2017. De nettowinst daalde met 19 procent naar 317 miljoen dollar.

Als speler in robotica, industriële automatisering en elektrificatie (datacenters, oplaadsystemen, commerciële gebouwen) lijkt ABB goed gepositioneerd voor de toekomst. Wel draagt ABB een verleden met nogal wat teleurstellingen met zich mee. Het aandeel is met een koerswinstverhouding van 15 historisch laag gewaardeerd en noteert momenteel zo’n 20 procent onder zijn historisch gemiddelde. Het is veel goedkoper dan bijvoorbeeld Amerikaanse concurrent Rockwell Automation waar 20 keer de winst voor moet worden betaald. Het dividendrendement van ABB bedraagt 4,35 procent en het concern heeft verder weinig schulden. De mogelijke grootschalige eigen aandeleninkoop zorgt voor dat extra beetje zout in de pap.

Auteur heeft privé geen positie, cliënten van Fintessa hebben het aandeel ABB in portefeuille.

Geef een reactie